Dick Swaab en "Ons creatieve brein"

Dick F. Swaab, arts en neurobioloog, een van de belangrijkste en internationaal bekende Nederlandse hersenonderzoekers. Hij richtte in 1985 de Nederlandse Hersenbank op om het onderzoek naar hersenziekten te faciliteren. Hij is emiritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, leidt een onderzoeksgroep aan het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam en is hoogleraar in Hangzhou (China). (bron Wikipedia) Daarnaast is hij auteur van o.a. “Wij zijn ons brein” (2010), “Jij bent je brein” (2013) en “Ons creatieve brein” (2016) (verkrijgbaar bij https://www.bol.com/nl/c/boeken-dick-swaab/2581071/N/8299/

In zijn laatste boek “Ons creatieve brein” vertelt hij ons o.a. dat de manier waarop onze hersenen zich ontwikkelen, onze beroepskeuze beïnvloedt. En ook ons beroep heeft een effect op de structuur en functie van onze hersenen.

In het gedeelte “Brein, Beroep en Autonomie” wijdt hij een hoofdstuk (XV/5) aan “Schade aan het brein door je beroep en leefomgeving” . Hij wijst hierbij op gevaren van blootstelling aan omgevingsfactoren als bijv. pesticiden, radioactieve stoffen, lood, kwik etc.

In een apart gedeelte binnen dit hoofdstuk legt hij uit met wat voor speciale omstandigheden het vliegend personeel te maken heeft en wat de mogelijke gezondheidsrisico’s hiervan zouden kunnen zijn.

Met speciale dank aan Dick Swaab, van wie wij toestemming hebben gekregen om dit gedeelte uit zijn boek met u te delen:

“Het aerotoxisch syndroom

Vliegend personeel staat bloot aan straling en ozon, heeft onregelmatige werktijden, passeert tijdzones en heeft dus voortdurend last van jetlag, en soms zijn er luchtdrukproblemen in de cockpit of cabine. Kortom, ze hebben een speciaal beroep. Er is een onrustbarend aantal piloten en stewardessen die kortdurende ziekteverschijnselen hebben. Maar sommigen hebben zelfs op relatief jonge leeftijd met vliegen moeten stoppen vanwege neurologische symptomen zoals vermoeidheid, cognitieve stoornissen, aandachts- en geheugenproblemen en woordvindstoornissen. Als een recente verklaring voor hun acute en chronische gezondheidseffecten werd in Australië, gevolgd door de Verenigde Staten en Engeland, geopperd dat die symptomen door toxische stoffen in de cabine veroorzaakt zouden kunnen worden.

In Nederland werd er tegen de stroom in al jaren onderzoek gedaan door de afgekeurde oud-vlieger Michel Mulder voordat het tv-programma Zembla in Nederland in 2013 over toxische stoffen in de cabinelucht rapporteerde. Mulder werd in 2006 door de KLM ‘aan de grond’ gezet nadat hij bij een standaardkeuring op alle vlakken onder de norm had gepresteerd. Sindsdien heeft hij meer dan 80.000 euro eigen spaargeld in het onderzoek naar het aerotoxisch syndroom gestopt. De cruciale vraag op dit moment is niet meer of er inderdaad giftige oliedampen in de cabine kunnen zijn – dat lijkt nu vaak genoeg bevestigd – maar of de gerapporteerde neurologische problemen veroorzaakt worden door die lage concentratie giftige oliedampen in de lucht van de cabine. Hierbij komt meteen de vraag naar voren wat dat, als dat inderdaad zo is, dan kan betekenen voor al die miljoenen passagiers en bemanningsleden. Je kunt je voorstellen dat de luchtvaartmaatschappijen niet staan te trappelen om dit uit te zoeken.

Alle commerciële straalvliegtuigen gebruiken de lucht die in de motoren wordt samengeperst niet alleen voor de voortstuwing van het vliegtuig. Deze lucht wordt ook ongefiltreerd de cabine in geblazen (een uitzondering is het allernieuwste vliegtuig van Boeing, de 787 Dreamliner). In de turbinemotoren van alle andere vliegtuigen lekt er altijd een klein beetje smeerolie langs de oliekeringen. Uit deze olie komt de stof tricresylfosfaat (TCP) vrij, die vervolgens via de hogedrukcompressor terechtkomt in de lucht voor de airconditioning in de cabine. TCP wordt aan de vliegtuigolie toegevoegd tegen corrosie en als brandvertragend middel. Ook de nog toxischer TCP-isomeer tri-orthocresylfosfaat (TOCP) komt in de samengeperste lucht vrij. Meestal zitten er lage concentraties TCP en TOCP in de cabinelucht, maar een enkele keer kan er een grote hoeveelheid als een geurende rook de cabinelucht in komen. Ik herinner me nog zo’n fume event bij het begin van een van onze eerste binnenlandse vluchten met een ouder vliegtuig in China. We zaten opeens in de dampen en ik probeerde mijn zoon gerust te stellen door te zeggen dat zoiets regelmatig gebeurde op vluchten in China en niets betekende.

TCP kan via de longen of de huid het lichaam binnenkomen. TCP is een neurotoxische stof die chemisch verwant is aan het zenuwgas sarin (dat in 1995 door de Japanse sekte Aum Shinrikyō werd gebruikt om een aanslag mee te plegen: dertien doden en duizenden gewonden). In cockpitluchtmonsters en bloed van asymptomatische passagiers zijn regelmatig kleine hoeveelheden TCP aangetroffen. In grotere hoeveelheden is het heel gevaarlijk spul. In 1959 hebben 10.000 mensen in Marokko neurologische symptomen opgelopen doordat olijfolie vermengd was met vliegtuigolie. In 1995 viel een onbekend aantal slachtoffers in China door meel dat vervuild was met TCP.

De KLM wilde indertijd niet meewerken met Michel Mulder aan een onderzoek naar de TCP-verontreiniging in haar vliegtuigen. Ik ben daarom stiekem een paar keer naar China gevlogen met een pompje dat de cabinelucht door een filter zoog. Bij de veiligheidscontrole legde ik het pompje naast mijn computer in de plastic doos op de band. Tot mijn verbazing waren er nooit vragen over. Ook over het tien uur lange gezoem van het pompje als ik het in de cabine had aangezet kwamen nooit vragen van het cabinepersoneel of mijn medepassagiers. Later is het KLM-personeel uiteindelijk zelf gaan meewerken aan het verzamelen van luchtmonsters. Er werden bij de KLM in 37 van de 80 Boeing 737-vluchten lage concentraties TCP-isomeren gevonden. Nadat een KLM-piloot een kort geding had aangespannen, stemde de KLM in met een onderzoek.

In 2011 kwam de Britse cabin air-studie uit, die in 23 van de 100 vluchten de aanwezigheid van lage concentraties TCP en TOCP rapporteerde. Organofosfaten als TCP en TOCP remmen het enzym acetylcholinesterase, waardoor de chemische boodschapper acetylcholine verhoogd aanwezig blijft in de zenuwuiteinden. Daardoor worden zenuwcellen aanhoudend geprikkeld en uiteindelijk gaan ze te gronde. Het lichaam maakt antilichamen tegen eiwitten van deze degenererende hersencellen, en die zijn aangetroffen in het bloed van cabinepersoneel dat klachten had zoals geheugen- en evenwichtsproblemen, hoofdpijn, vermoeidheid, spierzwakte en duizeligheid.

Er bestaan bij sommige mensen genetische variaties in het dna van enzymen die organofosfaten afbreken, en de betrokken mensen zijn daardoor veel gevoeliger voor de neurotoxische schade die deze stoffen veroorzaken. Ook met hersenscans zijn afwijkingen bij sommige cabinepersoneelsleden vastgesteld. Maar hard bewijs dat TCP en TOCP verantwoordelijk zijn voor de gezondheidsklachten van vliegers en cabinepersoneel is nog niet verkregen, en het zal ook moeilijk zijn dit te leveren. Op 2 juni 2015 heeft Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Wilma Mansveld, een Nationale Adviesgroep Cabinelucht ingesteld om een antwoord te krijgen op de vraag of de lucht in vliegtuigcabines ziekmakend is. In de adviesgroep zijn vliegmaatschappijen, luchtvaartpersoneel en onderzoeksinstituten vertegenwoordigd. We wachten het oordeel af.”